Elfstedenwandeltocht 2024 dag 3
Tegen half zes werd ik wakker, na een redelijke nacht. De koelelementen waren weer heerlijk koud aan de voeten.
Na een uitgebreid ontbijt pakten we de laatste spullen in, even schrijven in het gastenboek en vervolgens de wandelschoenen aan. Dat was nog even een dingetje: welke zou ik kiezen? Na twee dagen met het nieuwe paar nu toch gekozen voor de oude vertrouwde Lowa’s. Hermien bracht ons in haar auto naar de start. De bagage in de Titan-wagen en toen naar de startplaats naast de Klameare. Deze keer nam ik geen koffie, die had ik bij Hermien al gehad. Al snel trof ik Lolke en we hebben gezellig tot aan Bolsward samen opgelopen. Daar was er familie van Lolke en gingen we elk weer een kant op. Nou ja, wel dezelfde natuurlijk, maar weer met andere wandelmaatjes.
Het stempelen in de Broerekerk was nodig uiteraard, maar ik had nog geen behoefte aan koffie of zitten, dus ik ben Bolsward weer uitgelopen. Pas in Skettens bij ‘frou Koops’ had ik m’n eerste pauze. En wat was het daar gezellig! Een muziekgroep van blazers zat heerlijk te spelen en het was een warm weerzien met vele wandelaars. En Mettje, van mijn koor Zingen voor je leven Heerenveen, die aan het bouillon uitdelen was. Uiteraard moesten we even samen op de foto en even later wist ik frou Koops ook nog voor de lens te krijgen. Met de groeten aan Rob. Bij deze! Tot slot heb ik nog even een deuntje mee gefloten met de muziekgroep van Excelsior Skraard, onderaan dit verslag is daar nog een foto van bijgevoegd.
Al snel daarna kwam ik bij het bos van Witmarsum, waarover ik me nog steeds kan verbazen. In mijn kindertijd was daar nog helemaal geen bos. Ook in Witmarsum was het gezellig met muziek en veel mensen bij de weg. Bij Arum trof ik de vader en de dochter weer en tot Kimswerd hebben we gezellig samen opgelopen. Totdat ik Tite Dijkstra zag, een oude bekende, ze herkende me eerst niet maar toen ik mijn naam zei gaf ze me spontaan een kus. Na een blokfluitliedje ging ik weer door en toen wachtte mij een enorme verrassing. Ik wilde even zitten en zag zowaar een fijne houten bank tegenover het huis waar ik geboren ben. De perfecte plek voor een broodje en een sokkenwissel. Na een tijdje kwam de bewoner van het huis even naar buiten en ik riep op goed geluk zijn naam. Een jaar of 14 geleden was ik er nog een keer geweest en toen woonde hij daar. Maar hij blijkt er nog steeds te wonen. We hebben vroeger bij elkaar op school gezeten. Het was erg leuk om zo even met Wybe te praten. Mijn waterfles was vrijwel leeg en die mocht ik wel even bij hen vullen. Dus zo kwam ik nog even in mijn geboortehuis. Ook maakte ik kennis met zijn vrouw die toevallig ook nog jarig was (uiteraard kreeg ze een verjaardagsliedje op de blokfluit). Ze wilden me wel een uitgebreide rondleiding geven door het prachtige verbouwde huis, maar dat bewaren we voor een andere keer.
Want ja, ik moest nog wel ‘even’ naar Franeker lopen.
Ik vervolgde mijn weg en liep tot Harlingen op met Albert en Meintsje. Gelukkig was Albert goed geholpen bij de blarenprikkers en kon hij weer prima lopen.
Ik wist inmiddels dat ik er weer wat blaartjes (bij de tenen) bij had, maar ik had geen zin in de blarenpost in Harlingen. Vorig jaar heb ik daar een flinke tijd gezeten. Ik liep dus maar weer door. In hetzelfde tempo als iemand die later Henk van Dam bleek te heten. We hebben tot aan Wijnaldum leuk en af en toe diepzinnig met elkaar gesproken. Dat was zeer welkom, want de voeten hadden er inmiddels geen zin meer in…
Dit stuk van de route was vorig jaar nieuw en dus kwamen veel herinneringen van vorig jaar naar boven, toen ik hier samen met Riemer en Saar liep.
Het was fijn om even met Jelle te kunnen bellen voor wat aanmoediging en m’n verhaal kunnen doen.
Bij het laatste watertappunt waren Ron en David weer en dat was erg gezellig. Samen met David zong ik ‘Wêrst ek bist’ en Ron filmde het. Hij gaat het nog appen.
Intussen was het bepaald niet druk meer, het was overduidelijk dat ik me in de achterhoede bevond. Op zich niet erg, maar het helpt gewoon als je met anderen op kunt lopen. Dat zat er die laatste 6 km niet meer in, al kwamen er nog wel steeds mensen na mij. Maar het moet maar net passen qua wandeltempo.
Eenmaal in Franeker aangekomen liep ik bij het Bolwerk Marco voorbij, die het erg zwaar had. Kom op, nog 500 meter! Die aanmoediging was ook voor mezelf bedoeld.
Ik appte mijn gastadres dat ik wat later dan 18.00 uur zou komen, omdat ik eerst naar de blarenpost wilde.
Om 17.40 uur was ik dan toch gefinisht, maar ik had het wel even gehad, of liever gezegd: mijn voeten. In de Koornbeurs was ik de derde in de wachtrij, dus dat viel mee. Ik werd deskundig geholpen door Jan, die maar liefst vier kleine maar gemene blaartjes bij m’n tenen doorprikte en de linkervoet opnieuw afplakte.
Toen naar de bagagewagen en op naar mijn gastadres, zo’n 200 meter verderop (ja ik ben een mazzelaar, zo dichtbij!). Het was een fijn weerzien met Frieda en Johannes, vorig jaar had ik voor het eerst bij hen overnacht (al kende ik hen al langer).
Het is een heerlijke plek hier, met een mooie zolderverdieping helemaal voor mij alleen. En een teiltje koud water, wat een weldaad voor m’n warme kloppende voeten.
En ik kreeg twee wekkers mee, nu moet het toch wel lukken om om half zes gewekt te worden!




Reacties
Een reactie posten